Tapazz

Maarten Kooiman ontwikkelde met Tapazz een platform waarop particulieren en bedrijven hun wagen met elkaar kunnen delen. ‘De auto evolueert van statussymbool naar gebruiksvoorwerp. Waarom zou je al je spaargeld opmaken om er een te hebben?’

Het begon met zijn eigen auto. Die stond, toen Maarten Kooiman nog in Antwerpen woonde, het gros van de tijd werkloos voor de deur. Hij was als ingenieur bezig met de transitie naar elektrisch rijden. ‘Je vervangt iets slechts door iets wat een beetje beter is’, vertelt hij. ‘Toen dacht ik: nog mooier zou het zijn een deel van die wagens helemaal van de weg te halen. De gemiddelde wagen staat immers 90 procent van de tijd stil.’

Uit die denkoefening ontstond na twee jaar proefdraaien in 2014 Tapazz, een autodeelplatform voor particulieren. Een Airbnb voor auto’s, noemt Kooiman het zelf. Verhuurders zetten hun auto online, met foto, beschikbaarheid en een prijs per uur en/of per kilometer. Huurders kunnen na het opladen van hun rijbewijs en wat krediet kiezen uit de lijst. De transactie en een extra verzekering worden geregeld via Tapazz, dat een commissie van 30 procent neemt. 

‘Het concept werkt’, vertelt Kooiman, die met een team van vijf man op de Hasseltse Corda Campus zit. ‘Wie maar af en toe een auto nodig heeft, spaart de aankoop ervan uit. De verhuurder verdient een deel van zijn kosten terug. Actieve verhuurders halen er tot 300 euro per maand uit. De uitwisseling draait op vertrouwen. Je verhuurt je wagen aan mensen uit je buurt. We krijgen zelden klachten. Wie met de wagen van iemand anders rijdt, springt daar doorgaans zorgvuldig mee om.’

Cambio remt af

Iedereen wint. En de planeet? ‘Eén gedeelde wagen haalt twaalf andere van de weg’, stelt Kooiman. ‘Wie geen wagen heeft, denkt twee keer na of het wel de moeite loont er een te boeken. Maar de impact gaat verder. Elke auto die niet geproduceerd wordt, levert een aanzienlijke materiaalreductie op. Ook de CO2-uitstoot van het productieproces kun je wegstrepen. Minder wagens betekent ademruimte in onze straten. Er komt plaats vrij voor groen en andere invullingen.’

Die hefboom leverde Tapazz in 2015 de Sustainable Travel Award van Eurostar op. De jury in Londen prees het nieuwe elan dat de start-up gaf aan autodelen. Dat was een mijlpaal. Intussen beginnen mensen het principe te ontdekken. ‘Vooral jonge stedelingen staan ervoor open. Ze zien de auto niet meer als statussymbool, maar als een gebruiksvoorwerp. We hebben nu zo’n 3.000 gebruikers, vooral in Antwerpen, Gent, Hasselt, Leuven en Brussel.’

Bedrijfswagens

Niet slecht voor een project dat weinig investeerde in marketing. Maar het potentieel is veel groter, denkt Kooiman. De echte take-off wordt paradoxaal genoeg wat tegengehouden door de concurrentie met Cambio, het autodeelproject van de Vlaamse overheid. ‘In Cambio worden miljoenen subsidies gepompt, waardoor die prijzen kunstmatig laag blijven. Wie zijn auto verhuurt via ons platform, moet rond de Cambio-prijs van 2 euro per uur blijven. Dat is nipt, als je er nog iets aan wilt overhouden. Het initiatief is goedbedoeld, maar het blokkeert de verdere opgang van autodelen.’

Ondertussen kijkt Kooiman verder, naar de markt van de bedrijfswagens. Het speelveld is groot, de hefboom voor het milieu navenant. ‘Als jij je leasingwagen wilt verhuren, heb je de toestemming nodig van je werkgever. De vraag is dan voor wie de inkomsten zijn. We onderzoeken welke formules mogelijk zijn.’

Mobiliteitsbudget

De businesspoot van Tapazz rolt projecten uit voor bedrijven die openstaan voor het idee. ‘Zo biedt het consultancybedrijf Accenture een deel van zijn mobiliteit aan via een groepsaccount op Tapazz. Ze stelden vast dat jonge consultants, die bijvoorbeeld in een appartement vlak bij het Brusselse filiaal wonen, soms helemaal niet geïnteresseerd zijn in een salariswagen.’ Volgens Kooiman kan autodelen wel eens een cruciale schakel worden straks, wanneer het mobiliteitsbudget voet aan de grond krijgt in onze bedrijven.

Ook op de Corda Campus wordt het principe toegepast. In de Corda Incubator zitten een 50-tal start-ups die via het platform aan autodelen doen. De wagens worden geleverd door de garageketen Delorge. Een enthousiaste gebruiker is Tom Pennings, oprichter van het techbedrijfje Onsophic. ‘Ik werk in San Francisco, eens om de twee à drie maanden ben ik een paar dagen hier. De Campus ligt naast het station. Ik kom met de trein, en doe mijn klantenbezoeken met een deelwagen. Zelfs last minute boeken is geen probleem.’

Silicon Valley

Volgens Pennings is de transitie naar mobiliteit als dienst onvermijdelijk. ‘In Silicon Valley is dat doodnormaal. Waarom zou je je spaargeld aan een eigen auto hangen, als je er op elk moment van de dag een ter beschikking kan hebben? Het is goedkoper, comfortabel én duurzaam.’ We kijken naar buiten. De parking staat vol auto’s die blinken in de prille lentezon. Maarten Kooiman lacht. ‘Er zit nog behoorlijk wat rek op het systeem.’

Tekst: De Standaard, Ine Renson

Copyright foto: Fred Debrock