Het Spilvarken

Afval wordt eten

Wat is Het Spilvarken?

Buurtbewoners houden samen enkele varkens op een verloren stuk ruimte in de stad. ‘Spilvarkens’, omdat ze leven van voedselafval uit naburige winkels en restaurants. Vorig jaar liepen zo drie varkens rond op de Gentse Bijlokesite, gisteren arriveerden er drie nieuwe in Gentbrugge. 42 buurtbewoners delen een beurtrol om ervoor te zorgen. Over een halfjaar zal op die manier een ton voedselafval omgezet zijn in eersteklas varkensvlees.

Hoe komen ze erop?

Kunnen we afval, overschotten, onkruid en leegstand niet gebruiken in plaats van dat alles te bestrijden of te ondergaan? Rond die vraag werd vorig jaar in Gent bijzonder creatief geëxperimenteerd. De aanzet kwam van de innovatiewerkplaats Timelab en de kunstschool Kask, die de stad een nieuwe lijfspreuk gaven: Niets is verloren. Stedelingen konden voorstellen indienen.
‘Zo belandde ik aan een tafel met nog zeven stadsgenoten die wilden nadenken over onbenutte ruimte’, zegt Nathalie Snauwaert (36). ‘Een van ons was kok en zei: “Waarom houden we er geen varkens op?” Het was een goed idee, omdat varkens een bestemming kunnen geven aan de verloren ruimte én het verloren voedsel van een stad.’

Intussen is Het Spilvarken een zelfstandige organisatie, gefinancierd door crowdfunding en sponsors. Snauwaert leidt alles onbezoldigd in goede banen, maar ze wil er best haar beroep van maken. ‘Ik heb de stad Gent voorgesteld dat ze me aanneemt als “boer in voedselverlies”. We zitten binnenkort samen.’

Waarom werkt het zo goed?

Omdat het dieren zijn. Snauwaert heeft ook ervaring met buurtmoestuinen. ‘Maar bij een dier voel je je nog meer betrokken. De buren die zich opgeven om voor de varkens te zorgen – wij noemen ze hulpboeren – moeten zo’n twee keer per week tijd maken voor de varkens: voederen, overschotten ophalen bij middenstanders of een beetje schoonmaken. En die mensen stáán er ook. Omdat ze weten dat er een dier op hen wacht.’

Moet de stad nu vol varkens?

Dat is niet het hoofddoel. ‘De varkens zijn in de eerste plaats passanten. Ze blijven zes maanden, daarna gaan ze naar het slachthuis en worden ze deels verkocht en deels verdeeld onder de hulpboeren. Geloof me gerust: het is veel beter vlees dan wat je in de supermarkt koopt. Maar het mooiste resultaat na die zes maanden is iets anders: het is een buurt die zich een verloren plek eigen heeft gemaakt, en die samen nadenkt over wat er nog allemaal mogelijk is met die plek. Het zijn mensen die we uit hun huis hebben kunnen lokken en die de kracht van burencontact hebben ontdekt.’

Het is een Trojaans varken, zegt Snau­waert. ‘Veel buren denken eerst dat het alleen over dieren en vlees gaat, maar het zet veel meer in gang. Het doet je inzien hoeveel zaken je anders kunt aanpakken.’ Op de plek die vorig jaar is omgewoeld door spilvarkens, voorheen afgesloten terrein, is nu een bloemenplukweide aangelegd voor de buurtbewoners.

‘Maar we promoten zeker ook kleinschalige veeteelt. Tegen eind dit jaar wil ik een website maken met een draaiboek voor buren die op eigen initiatief samen varkens willen houden. Als je er als coöperatieve duizend euro in investeert, kun je er later drieduizend euro uithalen.’

Snauwaert had wel nooit de bedoeling om het eten van varkensvlees aan te zwengelen. ‘Integendeel, ik wil de band tussen mens en varken herstellen, en ik denk dat daardoor mensen net minder vlees gaan eten. Dat onderzoeken we dit jaar met een enquête: of de spilvarkens een invloed hebben op onze opvattingen over vlees eten.’

Zijn de varkens ergens te bezoeken?

Enkel na afspraak via info@hetspilvarken.be

Het Spilvarken was Radicale Vernieuwer 2015!

Tekst: Dorien Knockaert voor De Standaard
Beeld: Fred Debrock voor De Standaard