NNOF

NNOF was een Radicale Vernieuwer 2015!

Wat is Nnof?

Nnof staat voor ‘nearly new office facilities’: kantoormeubilair dat bijna nieuw is. Het Vilvoordse bedrijf richt kantoren in met voornamelijk gerecupereerd materiaal, dat doorgaans uit het vorige interieur van de klant komt. Stoelen worden opnieuw gestoffeerd, tafels krijgen een nieuwe toplaag, kasten worden uiteengehaald en vertimmerd tot nieuwe meubels. Het eindresultaat ziet er niet als een kringloopwinkel uit, maar gewoon als een nieuw interieur.

Hoe komen ze erbij?

‘Rond de eeuwwisseling begon ik veel te lezen over de klimaatverandering, onze omgang met grondstoffen en alle problemen die ons daardoor te wachten stonden’, vertelt zaakvoerder Didier Pierre (46). ‘Dat was niet leuk. Onze groep had op dat moment al een verhuisbedrijf, en een ander bedrijf dat meubelbeheer voor kantoren aanbood. We lieten onze klimaatimpact berekenen en daaruit bleek dat we onze emissies verminderden telkens als we kantoormeubilair herstelden. Het zette ons aan het denken: konden we daar niet veel verder in gaan? We wisten heel goed hoeveel kantoormeubilair er gewoon werd weggesmeten. Vaak moesten we voor eenzelfde klant met ons verhuisbedrijf een heel interieur afvoeren, om er daarna met ons meubelbeheerbedrijf gloednieuwe meubelen te installeren. Het was absurd.’

‘We besloten om veel meer in te zetten op herstellingen. De jongste twee jaar leggen we ons ook toe op herbewerken: tabletten van oude tafels gebruiken we nu bijvoorbeeld om er zitmeubelen van te maken, of we ontwerpen een reksysteem dat gemaakt is van gebruikte tafelonderstellen. Als klanten ons enigszins vrij laten, kunnen we een heel groot deel van hun interieur hergebruiken.’ Niet alles, want de kantoorcultuur verandert en nieuwe werkplekken zijn tegenwoordig meestal ook werkplekken met minder kasten en bureaus. ‘Doorgaans is er overschot.’

Waarom werkt het zo goed?

Nnof is duurzamer én goedkoper. ‘Dat verbaast blijkbaar, maar eigenlijk is het logisch, want we kopen geen grondstoffen aan, alleen voor de eindlaag. En ik maak me geen illusies: onze klanten kiezen ons vooral vanwege het prijsvoordeel. Maar ze pakken er dan wel mee uit dat ze duurzaam kiezen. En dat is goed.’

Nnof zou nog duurzamer kunnen zijn als het wat duurder was. ‘In de materialen die we gebruiken om oude meubelen een nieuwe toplaag te geven – laminaat, lijm, verf – zijn we niet katholieker dan de paus. Dat is een bewuste strategie: we willen de klant de keuze bieden tussen de goedkoopste afwerking, die qua duurzaamheid nog te wensen overlaat, of een duurzamere maar ook duurdere afwerking. Als we dat niet zouden doen, zou een nieuw interieur goedkoper zijn en daar is helemaal niéts duurzaam aan.’

‘Dat soort logica zou niet nodig zijn als producten met een hoge milieu-impact belast zouden worden, zodat de duurzaamste optie meteen ook de goedkoopste wordt. Ik kan er alleen maar voor pleiten dat dat snel gebeurt.’

Kwam niemand hier eerder op?

‘We zijn niet de eersten die meubels maken van afgedankt materiaal’, weet Didier Pierre. ‘Daar zijn gedreven ambachtsmensen ons in voorgegaan. Het verschil zit ’m in de schaal. Wij willen echt meespelen met de grote jongens. En dat lukt steeds beter. Vorig jaar hebben we in totaal zo’n vierduizend individuele werkplekken geïnstalleerd, dit jaar landen we waarschijnlijk rond de zesduizend. Maar we willen absoluut nog doorgroeien. De markt moet fundamenteel veranderen.’

Tekst: Dorien Knockaert voor De Standaard
Beeld: Fred Debrock voor De Standaard